“Wie met Gods klokken schiet, die wint de oorlog niet”

In de toren, eigendom van de burgerlijke  gemeente Albrandswaard, hangen twee klokken. De oudste klok wordt in Mechelen in 1525 door de klokkengieter J. van der Gheyn gegoten. Deze klok weegt 950 kg en heeft als randschrift de tekst: beginnend rechts bij de Jacobsschelp met aan beide zijden een engel en in het midden St. Jacobus met een boek.


ter eeren goes ben ick ghegoten

also verre als mi horen sal

wilt god bewaren over al.

anno domini MCCCCXXV  (1525)

 

Het lijkt er op dat de klokkengieter een spelfout heeft gemaakt:

ter eeren goes, in plaats van ter eeren godes of ter eeren gods

 

In reliëf onder het randschrift zijn vier medaillons te zien:

1. De Calvarieberg

2. De moeder Gods met kind

3. Het avondmaal

4. Het wapen van Mechelen

 

In de kerk staat deze originele klok, die in de oorlog gevorderd  is en in 1946  teruggebracht. Deze is in 1983  gebarsten en vervangen door een nieuwe klok gegoten bij Eijsbouts in Asten.

 

 

In de klokkentoren hangt een gedicht.  Het origineel hiervan staat in een gedenksteen in Spijkenisse. Bij toeval kwamen we erachter dat dit gedicht echter niet juist is.

 

De andere klok: er staat al vermeld dat op zondag 8 februari 1795, na  kerktijd,  de beide klokken met de ‘’Capelklok” (op het rechthuis)  geluid werden ter gelegenheid van de afkondiging van de “Rechten van de Mensch”.

Beide klokken waren gedoopt. De kleinste droeg de naam Maria. Op 17 oktober 1850  is deze uit de toren gehaald omdat ze gebarsten was. Ze is toen verkocht voor 70 cent per pond. De opbrengst is gebruikt voor het opnieuw leggen van de bestrating van de  Dorpsstraat in Poortugaal.

‘’Besloten kleine metalen bel als gebarsten zijnde, sedert verscheidene jaaren buiten gebruik is gesteld worden, en wegende bij gissing 400 a 450 Ned. Ponden, uit de hand te verkopen. Uit de opbrengst de kosten te bestrijden van het opnemen en opnieuw leggen van de dorpsstraat”. (Raadsbesluit 27-4-1850. Ontvangen voor de klok F 376,60 (Rekening Gem.Poortugaal en Albrandswaard,  B.W. 4192, resp.9-8-1850.

Bij de restauratie van de toren  in 1956 werd weer een tweede klok in de toren opgehangen, aan de bestaande dubbele klokkenstoel. Ze draagt het randschrift: “Gelijk wellicht tevoren, laten we tesamen onze stem weer horen, 1956’’.

De klok weegt ca 700 kg en is gegoten door de firma Eijsbouts te Asten.

 

Klokkenroof
In juli 1942,  midden in de oorlogstijd, verscheen een verordening van Rijkscommissaris Seyss-Inquart, die bepaalde dat voorwerpen bestaande uit koper, lood, tin, nikkel of legeringen daarvan, aangemeld moesten worden bij de ‘Rüstungsinspektion’ ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. Ook kerkklokken stonden op de lijst.

 ‘Het weghalen van de kerkklokken werd immers niet ervaren als het in beslag nemen van willekeurige metalen voorwerpen; veeleer waren de kerkklokken een wezenlijk deel van het leefmilieu’. Sterker nog: hun luiden, hun gebeier (dat men opeens niet meer hoorde - vreemd deed de stilte aan) had, zou  men kunnen zeggen, ‘eeuwigheidswaarde’. Het werd geassocieerd met het vooroorlogse Nederland en met het kerkelijk verzet, het preludeerde op de bevrijding. Dan zouden de klokken eerst recht geluid worden! Maar zo ver was het in 1942 nog lang niet.

Leerdam
De M-klokken (Dit waren de monumentale klokken, die al voor het uitbreken van de oorlog op een lijst waren gezet om ze te vrijwaren van een eventuele vordering. Afgesproken was dat deze klokken zouden worden gespaard, maar werden toch weggehaald)  werden opgeslagen  in twee aparte opslagplaatsen, één in Giethoorn en één in Leerdam. Dat hadden de verantwoordelijke Nederlandse instanties in ieder geval weten te bereiken. Voorlopig zouden ze met rust gelaten worden. In september 1944, enkele maanden na de geallieerde invasie in Normandië achtten de Duitsers, in het nauw gebracht, de tijd gekomen om deze zeer kostbare klokken af te voeren.

Op 23 oktober 1944 werd het klipperschip ‘Hoop op Zegen’ van schipper J. van Dijk uit Dordrecht door de Duitse Wehrmacht gevorderd om de M-klokken van de opslagplaats in Leerdam naar Duitsland te vervoeren. Omdat Van Dijk niet bereid was om dit onvaderlandse werk uit te voeren (hij verliet zijn schip), werd een gelegenheidsschipper aangezocht, de onervaren Marten Homma. Op vrijdag 3 november was het schip geladen. Ongeveer een week later vertrok het schip met bestemming Emden. Waarschijnlijk is nog geprobeerd het schip tot zinken te brengen. Enige dagen na het vertrek verscheen er een geallieerd vliegtuig boven Leerdam dat rondcirkelde ‘alsof het iets zocht’. De ‘Hoop op Zegen’ was toen echter al enkele dagen onderweg.

 

Konvooi
Waarom de tocht naar Amsterdam (vandaar zou men oversteken naar Lemmer) zo lang geduurd heeft is niet bekend. Misschien is alleen ’s nachts gevaren met het oog op het risico van beschieting overdag. Op 6 januari was het goed weer. Er stond een matige zuidwestenwind en het zicht was redelijk tot goed. Het klipperschip ‘Hoop op Zegen’, in 1879 gebouwd, maakte deel uit van een groot konvooi, gesleept door de Duitse sleepboot BS14. Traag ploegde de sleep zich tijdens die late zaterdagavond een weg door het IJsselmeer. De vuurtorens langs de kust waren gedoofd of afgeschermd. Ter hoogte van de zandbank ‘De Vormt’ (nog altijd berucht bij de scheepvaart) strandde het gehele konvooi. Bij het krieken van de dag telde men elf vaartuigen in ontredderde toestand. Acht schepen konden worden binnengesleept en vonden tijdelijk een ligplaats in de Urker haven. Drie schepen bleven zitten, namelijk de ‘Wijkdienst X’, geladen met ijzer, de ‘Vertrouwen’, geladen met touw, en de ‘Hoop op Zegen’, het klokkenschip met als zetschipper de heer M. Homma.

 

Berging
De machinefabriek Fa. A. Hoekman en Zonen  kreeg van de Duitsers de opdracht om het schip vlot te trekken. Ze hadden geen betere keus kunnen maken. De Hoekmannen stonden op Urk bekend als zeer goede Vaderlanders. Aangezien de bestemming van de klokken weinig te raden overliet, zullen de gebroeders wel tot de slotsom gekomen zijn dat berging van de klipper niet wenselijk was. Ze konden trouwens onweerlegbare bewijzen overleggen. De zijkant van het schip was over een lengte van acht meter opengescheurd en het vlak (de bodem) was zwaar beschadigd. Alleen de lading was, en bleef, gedurende de rest van de oorlog geheel intact.

Op 1 augustus 1997 ontving F. Van der Zande uit Castricum, eveneens een naarstig onderzoeker van het verhaal van het klokkenschip, na een oproep in ‘Schuttevaer’, een reactie van  J. Krikke,  kapitein van de Rijnvaart. Krikke wist uit de verhalen van zijn vader het volgende te melden: ‘Tijdens de oorlogsjaren kreeg mijn vader opdracht samen met nog drie collega’s met hun sleepboten een schip van de Vormt te trekken. Tijdens een bespreking die de kapiteins onder elkaar hielden, werd een plan gesmeed om te proberen het schip daar NIET vandaan te halen. Het plan was om de sleepverbinding zodanig vast te maken, dat door de enorme kracht die vier sleepboten konden ontwikkelen, de bolders waarop de sleepverbinding was gemaakt, afgesneden zouden worden. Hetgeen ook gebeurde. Bovendien wisten de bergers te bewerkstelligen dat zij nog een laatste inspectie zouden mogen uitvoeren om de Duitsers  gerust te stellen’. Toen zij het schip verlieten, vergaten ze opzettelijk de roeden, ijzeren stangen die voor de kleppen van de luiken langs worden gestoken, er weer voor te doen. Een zuidwester storm deed de rest.’ Krikke eindigt met de opmerking: ‘Geholpen door de elementen water en wind en de manier waarop deze berging werd uitgevoerd, kan men wel spreken van een sabotage- of verzetsdaad.’

Hongerwinter
De ‘Hoop op Zegen’ bleef muurvast zitten op enkele honderden meters van Urk verwijderd. Somber klotsten de golven van het IJsselmeer rond en boven de tot zwijgen gebrachte klokken. Voor de Urker bevolking werd het eveneens een trieste winter. Trouwens, voor welke landgenoten niet? De geallieerde opmars, zo hoopvol begonnen was tot staan gebracht. Wie zou zich nog druk maken over een klokkenschip?

 

‘Eben Haëzer’
Eind juli 1945 werd begonnen met het bergen van de lading. Uit dagboekaantekeningen van de Urker havenmeester kennen wij het verloop van het verhaal. Verdeeld over vijf werkdagen werden in totaal 226 klokken en 145 klepels geborgen. Ze werden op Urk aan land gebracht en tijdelijk opgeslagen . Met de ‘Eben Haëzer’ schipper Jan van Laar, werd de kostbare lading donderdag 9 augustus naar Amsterdam gebracht. Vanuit de hoofdstad gingen de klokken terug naar de rechtmatige eigenaren.

In het verloop van de maand januari is nog geprobeerd het wrak van het klokkenschip te lichten. De werkzaamheden werden belemmerd door storm, ijs, mist en regen. Toen eindelijk de weersomstandigheden kenterden, bleek het wrak in tweeën gebroken en berging onmogelijk. De bergploeg Hijlkema/Meester, bestaande uit zeven personen, staakte de werkzaamheden op dinsdag 15 januari 1945 en keerde onverrichter zake terug.

Het slot van de geschiedenis van het klokkenschip tekenden wij op uit de mond van Meindert Hakvoort, werfbaas van de gelijknamige werf: ‘In de winter van 1963/64 zijn we met z’n drieën over het ijs naar het klokkenschip toegegaan en hebben het met branders gesloopt. Het oud ijzer brachten we met een slee naar de werf en het kostte ons meerdere tochten om alles goed en wel naar Urk te brengen. Onze arbeid bleef niet onbeloond: we beurden 300 gulden. Een aardig bedrag voor die tijd.’

 

Schipper Van Dijk
Wat is er geworden van schipper Van Dijk, de man die zo dapper geweigerd had om voor de Duitsers te werken? Van Dijk, toen 65 jaar, was niet alleen zijn woning en inboedel kwijt, maar ook de broodwinning van hemzelf en voor zijn zoon die hem in het bedrijf zou opvolgen. Hij kreeg een uitkering van 14 gulden per week. De waarde van het schip werd door deskundigen getaxeerd op 15.000 gulden. De Rijksinspecteur van de kunstbescherming, J. Kalf, stelde in juni 1945 voor om een waarborgfonds te vormen van maximaal 10.000 gulden, teneinde de gedupeerde schipper in staat te stellen een nieuw schip te kopen. Dat waarborgfonds was bedoeld als aanvulling op de te verwachten uitkering van het rijk.

Om dit doel te bereiken werd aan de eigenaars van de geborgen klokken, kerken en gemeenten, een bijdrage gevraagd van 75 gulden. De oproep bracht slechts 2990 gulden op, en dat voor een man die zijn leven had gewaagd voor 226 Nederlandse klokken. Maar zijn naam zal blijven voortbestaan. Want wat lezen we op de gedenksteen in de kerktoren in de zuidelijke muur van de  ingang :

In drie jaar klonk mijn stem niet meer,
‘k Lag op de bodem van het IJsselmeer.
Heldenmoed van schipper Van Dijk,
Liet mij daar zakken in het slijk.
Maar nu jubel ik het uit,
Besef, o mens, wat dit beduidt.
Geloof van mij, dat God gewis,
In nood en dood uw redder is.

    28 juni 1943 – een afbeelding van een klok – 8 januari 1946

 

Dat de inhoud van dit gedichtje niet geheel conform de waarheid is, nemen we maar op de koop toe!

Het opschrift is van  A. van Zanten, hoofdverpleegkundige van ‘’Maasoord”,  nu het Delta Psychiatrisch Centrum in Poortugaal als bekroond antwoord op een prijsvraag, uitgeschreven door de Oranjevereniging “Nassau” uit Poortugaal, die de plaquette heeft aangeboden aan de gemeente.

Helaas heeft het vocht de steen aangetast en is restauratie noodzakelijk.

 

De nasleep
In het najaar van 2006 vindt Jelle Visser, vrijwilliger bij museum ‘Het Oude Raadhuis’, een ongedateerde brief van havenmeester C. Zeeman, gericht aan burgemeester G. Keijzer. Uit deze brief blijkt dat twee personen een doorslaggevende rol hebben gespeeld bij de stranding van het klokkenschip en het veiligstellen van de kostbare lading: 220 cultuurmonumenten. Dat zijn Jacob Schraal, de toenmalige vuurtorenwachter, en Fokke Hoekman, de leider van de bergingsploeg. De eerste doofde bij aankomst van het konvooi het (nood)licht van de vuurtoren, de tweede zorgde ervoor dat bij de eerste bergingspoging de borgpinnen van de luiken werden verwijderd en overboord gegooid. Bij de eerste de beste storm sloegen daardoor de luiken los en zakten schip en lading weg in het zand van de Vormt. Als derde noemen we schipper J. van Dijk uit Dordrecht, die zich een ware vaderlander toonde met verlies van schip en broodwinning.

Bronnen: Albert van Urk (internet)  en Dr. L. de Jong

Voordat de klok uit de kerk verwijderd is heeft aannemer Chiel van Luyck hiervan  een gipsafdruk gemaakt om de mogelijkheid te hebben deze klok na de oorlog opnieuw te laten gieten. Tot 1985 heeft deze ‘’gipsen’’ klok in de kerk gestaan.

De klok is in 1984 gescheurd en kon niet meer als luidklok gebruikt worden. De oorzaak hiervan is niet bekend. Het kan blikseminslag geweest zijn.

Aangezien de toren met de klokken eigendom is van de burgerlijke gemeente Albrandswaard moest hiervoor een oplossing komen. De gemeente was van plan om deze oude klok om te smelten en een nieuwe te laten gieten. De kerkelijke en burgerlijke gemeente had  hier grote bezwaren tegen en uiteindelijk is besloten om een nieuwe klok laten gieten bij de Koninklijke Klokkengieterij Eijsbouts te Asten. De oude, originele klok is schoongemaakt en staat nu in de kerk.

De nieuwe klok is op 29 november 1984 opgehangen.

 

 

 

Artikeltje ‘’Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard’’, 18 maart 1946

 

Dit is de prijs die de heer A. van Zanten in 1953 uit handen van burgemeester F. van der Poest Clement heeft ontvangen voor het winnende gedichtje over  het klokkenschip. Het glas van het lijstje was al bij de overhandiging gescheurd.

Het etsje is in bezit van zijn dochter Erica van Zanten.

Het schutblad van het etsje is een oude rekening van kunstmesthandelaar Timmers. Deze woonde op de F.v.d.Poet Clementlaan 47 in Poortugaal. Zijn aangenomen zoon, Marinus van Dorser, was secretaris van de Oranjevereniging. Waarschijnlijk heeft hij dit etsje ingelijst.

 

Achterzijde van het Etsje

De nieuwe klok in de toren

 

De bel - de kleine klok

 

Spreuk

Maak van je knelpunten knielpunten

Nieuws

 

 

Noteert u vast bij 20 April dat er een gemeenteavond is en dat de kerkenraad u hierbij van harte uitnodigt.

Zoals u in een vorig kerkblad hebt kunnen lezen is de kerkenraad bezig om zich te verdiepen in het onderwerp het ’Zegenen van andere levensverbintenissen dan tussen man en vrouw’’.

In de kerkenraad is dit onderwerp besproken op 17 februari, we hebben nog geen standpunt ingenomen, dit zal pas gebeuren nadat de gemeente gehoord is, dus we willen eerst weten hoe u over dit onderwerp denkt.

Het "horen" van u zal op de gemeenteavond gebeuren, welke gehouden wordt op 20 april.

Nadere invulling van de avond, tijdstip en locatie hoort u nog.

 

U komt toch ook?

Om in contact te komen met de gemeente kunt u contact opnemen met:

Predikant: ds. M.H. van de Graaf, Molenweg 19, 3171 CM Poortugaal. Tel: 010-5011015 of predikant@pgpoortugaal.nl
Pastoraal Werker: dhr. Engel Leune, tel:  06 83 53 43 61, e-mail: eleune@outlook.com
Scriba: Roel v/d Berg en Jannine van Lieshout, E-mail: scriba@pgpoortugaal.nl
Website: R. van Klaveren, tel. 5014962 of per webmaster@pgpoortugaal.nl

Dorpskerk

De dorpskerk is gelegen direct aan de Groene Kruisweg op de kruising met de Kerkstraat. Telefoonnummer van de dienstdoende koster: 06-17044302. De kerk ligt op loopafstand van het metrostation Poortugaal. Voor verhuur van de kerk: mw. K. de Zeeuw, 010-5067067

De Haven

Het adres van dit gebouw is: Emmastraat 9, Poortugaal. Voor verhuur contact u de beheerder via dehaven@pgpoortugaal.nl of 's avonds en in het weekend via 06-2846 3442.


Klik hier voor ons Privacy Statement.